Europese erecode franchising

De erecode is opgesteld door de Europese Franchise Federatie, een overkoepelende organisatie van landelijke franchiseverenigingen, in samenwerking met de Europese Commissie. Op 8 januari 1990 is de code ingrijpend gewijzigd. De gewijzigde erecode is op 1 augustus 1990 voor goedkeuring voorgelegd aan de Europese Commissie. De erecode is geen formele wet en heeft geen algemeen (ver)bindende werking. Krachtens de statuten van de franchiseverenigingen zijn de leden franchisegever verplicht de gedragsregels uit de erecode in acht te nemen. Sprake is van een civielrechtelijke gebondenheid voor leden van de NFV. Het betreft een beroepscode waarmee men een referentiekader heeft ontwikkeld waaraan iedere franchisegever zijn gedragingen behoort te toetsen.

De erecode een belangrijk instrument om het gedrag van franchisegevers te beïnvloeden en lopen niet-leden franchisegevers het risico dat de rechter het niet in acht nemen van in de branche gebruikelijke regelgeving als negatief aspect in de beoordeling meeweegt. De erecode klinkt dus door in franchiseverhoudingen (vgl.: Hof Amsterdam, 14 december 1960, NJ 1961, 379). Daarnaast kan de erecode gelden als maatstaf waaraan redelijk handelen van een franchisegever kan worden getoetst in de zin van artikel 6:248 lid 1 BW , aangezien conform artikel 3:12 BW bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, rekening moet worden gehouden met de in Nederland levende rechtsovertuigingen; de verkeersopvattingen. In het 'franchiseverkeer' wordt mijns inziens de erecode beschouwd als 'verkeersopvattingen'.

De erecode bestaat uit vijf delen. Het eerste deel bevat een definitie van franchising.
   - Het tweede deel, algemene principes, bestaat uit drie leden waarin de volgende verplichtingen van franchisegevers en/of franchisenemers zijn opgesomd.
   - De franchisegever zal, als initiatiefnemer van het netwerk, zijn franchisenemers voortdurend begeleiden (artikel 2.1).
   - De franchisegever zal gedurende een redelijke periode het franchisesysteem met succes hebben toegepast in ten minste één testzaak, alvorens een franchisenetwerk te beginnen. De franchisegever is eigenaar van en/of gerechtigd tot het gebruik van de door het netwerk gehanteerde handelsnaam, handelsmerk of andere onderscheidende kenmerken. Hij zal de individuele franchisenemer een aanvangsopleiding geven en gedurende de overeenkomst commerciële en/of technische ondersteuning verlenen (artikel 2.2).
   - De franchisenemer dient zich in te spannen voor de groei van de franchisevestiging, het onderhouden van de gemeenschappelijke identiteit en reputatie van de franchiseketen en zal de franchisegever controleerbare bedrijfsgegevens verstrekken (waardoor het mogelijk is de ontwikkeling van de franchiseketen te beoordelen en effectieve managementbegeleiding aan de franchisenemer te geven) en door de franchisegever verstrekte know-how niet aan derden bekendmaken, niet tijdens noch na afloop van de overeenkomst (artikel 2.3).
   - Beide partijen moeten billijkheid betrachten in het handelen ten opzichte van elkaar. In geval de franchisenemer enige bepaling uit de franchiseovereenkomst niet behoorlijk nakomt, dient de franchisegever schriftelijk de franchisenemer een redelijke termijn te gunnen om alsnog zijn verplichtingen na te komen. Ten slotte dienen klachten, grieven en geschillen te goeder trouw te worden opgelost door middel van oprechte en redelijke, rechtstreekse communicatie en onderhandeling (artikel 2.4).

Het derde deel van de erecode heeft betrekking op de werving, de publiciteit en het verstrekken van gegevens. Publiciteit voor de werving van individuele franchisenemers dient ondubbelzinnig en zonder misleidende verklaringen te zijn (artikel 3.1). Wordt direct of indirect verwezen naar resultaten, cijfers of te verwachten inkomsten voor de franchisenemer, dan dienen die gegevens objectief en verifieerbaar te zijn (artikel 3.2). Om toekomstige franchisenemers in staat te stellen met volledige kennis van zaken een overeenkomst aan te gaan, zal aan hen een exemplaar van deze erecode verstrekt worden, alsmede volledige en correcte schriftelijke informatie/documentatie over de franchiseverhouding, welke binnen redelijke tijd vóór het sluiten van de overeenkomsten zal worden verstrekt (artikel 3.3).

In augustus 1996 is, onder invloed van de Amerikaanse Full Disclosure Act, artikel 3 lid 3 van de erecode aangevuld. De in artikel 3.3 genoemde informatie en documentatie hebben betrekking op:
   - informatie met betrekking tot het bedrijf en de financiële positie van de franchisegever;
   - de bij de franchiseorganisatie betrokken personen;
   - het aangeboden franchiseconcept, inclusief, indien van toepassing, gegevens omtrent de pilot-vestiging;
   - een compleet en recent overzicht van aangesloten franchisenemers, hun vestigingsadressen en telefoon- en faxnummers;
   - financiële ramingen c.q. prognoses, indien beschikbaar; (zie: artikel 3.2)
   - de franchiseovereenkomst;
   - bankreferenties;
   - gegevens omtrent een eventueel lidmaatschap (van de franchiseorganisatie) van branche-organisaties en/of van een nationale franchisevereniging;
   - een verklaring of al dan niet sprake is geweest van een eerdere franchisevestiging in het rayon van de kandidaat-franchisenemer en, zo ja, de reden(en) van beëindiging van deze onderneming;
   - informatie over verdere distributiekanalen/-vormen van de producten of de diensten van de franchisegever. In artikel 3.4 wordt de franchisegever verplicht aan kandidaat-franchisenemers voorafgaand aan het tekenen van enige voorovereenkomst schriftelijke informatie te verstrekken over het doel van de overeenkomst, over vergoedingen die hij aan de franchisegever zal moeten betalen ter dekking van diens daadwerkelijk gemaakte kosten tijdens en met betrekking tot de voorovereenkomst-fase. Indien de franchiseovereenkomst wordt gesloten zal die vergoeding(en) door de franchisegever terugbetaald worden of in mindering gebracht op een mogelijk door de franchisenemer te betalen entreegeld. Verder dient de voorovereenkomst bepalingen te bevatten omtrent de duur en de beëindiging ervan en kan de franchisegever clausules terzake van concurrentieverbod en geheimhouding opleggen ter bescherming van zijn know-how en identiteit.

Het vierde deel van de erecode heeft betrekking op de selectie van franchisenemers. De franchisegever is verplicht uitsluitend franchisenemers te selecteren, die na redelijk onderzoek lijken te beschikken over redelijke bekwaamheid, opleiding, persoonlijke kwaliteiten en financiële middelen die toereikend zijn om de franchisevestiging te exploiteren. Het vijfde deel van de erecode staat geheel in het kader van de franchiseovereenkomst en bevat de volgende bepalingen.
1. Franchiseovereenkomsten moeten in overeenstemming zijn met nationale en Europese wetgeving (artikel 5.1).
2. Franchiseovereenkomsten dienen het belang te weerspiegelen van de leden van de franchiseketen bij de bescherming van de industriële of intellectuele eigendomsrechten van de franchisegever (artikel 5.2).
3. Door franchisegevers verstrekte informatie aan kandidaat-franchisenemers dient duidelijk (ondubbelzinnig), objectief en eerlijk te zijn.
4. Franchisegevers dienen aan kandidaat-franchisenemers te vermelden welke de respectievelijke verplichtingen en verantwoordelijkheden zijn van beide partijen, evenals alle andere belangrijke voorwaarden van deelname aan de franchiseketen (artikel 5.4).
5. Artikel 5.5 bevat dertien bepalingen die ten minste in franchiseovereenkomsten moeten worden opgenomen:
   - rechten die aan de franchisegever worden verleend;
   - rechten die aan de franchisenemer worden verleend;
   - goederen en/of diensten die aan de franchisenemer worden geleverd;
   - verplichtingen van de franchisegever;
   - verplichtingen van de franchisenemer;
   - betalingsvoorwaarden die gelden voor de franchisenemer;
   - de duur van de overeenkomst, die lang genoeg dient te zijn om de franchisenemer in staat te stellen zijn initiële franchise-investeringen te amortiseren;
   - gronden voor verlenging van de overeenkomst;
   - voorwaarden waaronder de franchisenemer bevoegd is zijn franchise vestiging te verkopen of over te dragen en de mogelijke voorkeursrechten van de franchisegever;
   - bepalingen in verband met het gebruik van franchisegever's onderscheidende tekens, handelsmerk, dienstmerk, handelsnaam, gevelreclame, logo of andere onderscheidende onderscheidingsmiddelen;
   - het recht van de franchisegever om het franchisesysteem aan te passen aan nieuwe of gewijzigde methoden;
   - bepalingen betreffende beëindiging van de overeenkomst;
   - bepalingen betreffende onmiddellijke teruggave, bij beëindiging van de franchiseovereenkomst, van alle materiële en immateriële eigendommen van de franchisegever.

De erecode heeft invloed op het gedrag van franchisegevers, niet alleen in de zin van beroepsreferentiekader, maar omdat de strekking van de erecode kan gelden als in het (franchise) ‘verkeer geldende opvattingen’, die als criterium van artikel 6:162 BW noodzakelijk zijn, om onrechtmatig handelen aan een franchisepartij toe te rekenen.